Corsica telt bijna tachtig verlaten dorpen. Plekken waar ooit families woonden, kinderen speelden en geiten graasden, maar die nu langzaam worden opgeslokt door de maquis en het bos. Een bezoek aan zo'n spookdorp is een van de meest bijzondere ervaringen die het eiland te bieden heeft -- en een die de meeste toeristen missen.
Waarom ze verlaten zijn
Het verhaal is overal hetzelfde. Dorpen gebouwd op ontoegankelijke plekken, ooit gekozen voor de veiligheid die de bergen boden tegen piraten en indringers. Eeuwenlang functioneerden ze: landbouw, veeteelt, kastanjes, een kapel en een gemeenschap die zichzelf in stand hield. Maar in de twintigste eeuw trokken de jongeren weg -- naar de kust, naar het vasteland, naar een leven met wegen, elektriciteit en werk. De ouderen bleven tot ze niet meer konden, en toen sloot de laatste bewoner de deur.
Fiuminale: het bekendste spookdorp
Het meest bezochte verlaten dorp is Fiuminale, gelegen op 550 meter hoogte in de Castagniccia, aan de rand van de Costa Verde. Het bestaat uit twee gehuchten: Fiuminale Suttanu en Fiuminale Supranu, het eerste in de vallei en het tweede hoger op de bergkam.
Er is geen weg naartoe. Je komt er alleen te voet, via een wandeling van anderhalf tot twee uur. De mooiste route begint bij de Pont de l'Enfer (Duivelsbrug) op de D330. Het pad volgt de Petrignani-rivier door een schitterend bos van kastanje- en aardbeibomen, met meerdere rivieroversteken over grote keien. De markeringen zijn oranje en goed te volgen. Het eerste deel langs de rivier is vlak; daarna klimt het pad steil omhoog door het bos.
Dan, opeens, verschijnt het dorp achter de bomen. Stenen huizen met ingestorte daken, overwoekerd door klimop en varens. In het hart van Suttanu staat de kapel van San Ghjiseppu, gerestaureerd door een lokale vereniging, met op de deur de inscriptie "Semper Fidati" -- altijd trouw. Het tweede gehucht, Supranu, klampt zich vast aan de bergkam en biedt een weids uitzicht over de bergen van de Castagniccia.
De laatste bewoonster was Zia Devota, een vrouw die hier alleen woonde met haar geiten, varkens en kippen tot ze in 1981 op 83-jarige leeftijd vertrok. De Corsicaanse zanger Antoine Ciosi schreef een lied over haar: "Fiuminale sterft ondanks haar aanwezigheid, Fiuminale sterft en niemand heeft het geweten." Toen ze de deur van haar huis sloot, sloot ze een heel tijdperk af.
Occi: het spookdorp bij Lumio
Dichter bij de toeristische routes ligt Occi, een verlaten dorp op een heuvel boven Lumio, niet ver van Calvi. De wandeling is korter -- ongeveer veertig minuten -- en het uitzicht over de baai van Calvi is spectaculair. Occi werd in de negentiende eeuw verlaten en is nu een verzameling ruines tussen de maquis, met een gerestaureerde kapel en een bijna onwerkelijke stilte.
Praktische tips
Een bezoek aan een verlaten dorp is geen gewone wandeling. Neem voldoende water mee -- er zijn geen voorzieningen. Draag stevige schoenen, want de paden zijn soms steil en rotsig. De gebouwen zijn fragiel: bewonder ze, maar betreed ze niet. En respecteer de stilte -- deze plekken hebben iets heiligs dat je niet wilt verstoren.
De wandeling naar Fiuminale is ook geschikt voor oudere kinderen die gewend zijn aan lopen. Het rivierdeel is avontuurlijk genoeg om hun aandacht vast te houden, en het verlaten dorp prikkelt de verbeelding van elke leeftijd.
Het gevoel
Er is iets ontroerends aan een huis waar de deur nog dicht zit maar waar niemand meer thuiskomt. Een broodoven die koud is gebleven, een kerkmuur die langzaam instort, een pad dat dichtgroeit. De verlaten dorpen van Corsica zijn geen ruines in de toeristische zin -- het zijn plekken waar het dagelijkse leven gewoon is opgehouden. Dat maakt ze stiller en indringender dan welk museum ook.