CorsicaTips
🕑 1 min leestijd

Centraal Corsica

Het berghart van het eiland: Corte, de Restonica-vallei en kastanjebossen

Centraal Corsica

Centraal Corsica is waar het eiland zijn ruigste gezicht laat zien. Hier geen stranden en jachthavens, maar bergpassen boven de tweeduizend meter, diepe kloven met ijskoud zwemwater en dorpen waar de kastanje nog steeds het ritme van het jaar bepaalt. Dit is het Corsica dat je pas ontdekt als je de kust achter je laat.

Het berghart: waar Corsica zichzelf is

De bergen van Corsica zijn geen decor op de achtergrond. Ze zijn het eiland. Meer dan tweederde van Corsica ligt boven de zeshonderd meter, en in het centrum -- ruwweg het gebied tussen Vizzavona in het zuiden, Corte in het hart en de Scala di Santa Regina in het noorden -- voel je dat het meest. De wegen klimmen, de dorpen worden kleiner en de natuur neemt het over.

Corte is het onbetwiste centrum van deze regio. De voormalige hoofdstad van het onafhankelijke Corsica, universiteitsstad, en het vertrekpunt voor twee van de mooiste valleien van het eiland. Over Corte zelf is een apart artikel geschreven -- het verdient die aandacht -- maar als startpunt voor het verkennen van het binnenland is er geen betere basis.

Vanuit Corte vertrekken twee valleien die je niet mag overslaan. De Restonica-vallei is de bekendste: een smalle weg die vijftien kilometer landinwaarts slingert langs een rivier vol natuurlijke zwemplekken, tot aan de bergmeertjes Lac de Melo en Lac de Capitello op zo'n 1.700 meter hoogte. Het water is koud -- zelfs in augustus -- maar op een warme dag is er weinig dat beter voelt dan een duik in een van die heldergroene poelen tussen de rotsen.

Tip De parkeerplaats aan het einde van de Restonica-vallei is beperkt en in juli-augustus vaak al voor tienen vol. Ga vroeg, of beter: ga in juni of september. Dan is het water net zo helder maar heb je de plek meer voor jezelf.

De Tavignano-vallei is de rustigere tegenhanger. Hier geen asfaltweg maar een wandelpad dat vanuit Corte de kloof in voert. Na anderhalf uur lopen bereik je de eerste zwemplekken -- diepe, smaragdgroene poelen omringd door hoge rotswanden. Het pad gaat verder en maakt uiteindelijk deel uit van de GR20, maar voor een dagwandeling is het eerste stuk al meer dan genoeg.

De Col de Vizzavona en het Laricio-bos

Rij vanuit Corte naar het zuiden over de N193 en je passeert na een klein uur de Col de Vizzavona op 1.163 meter. Hier begint een ander Corsica. Het Foret de Vizzavona is een van de indrukwekkendste bossen van het eiland, gedomineerd door Laricio-dennen -- een endemische pijnboomsoort die nergens anders in deze omvang voorkomt. Sommige exemplaren zijn meer dan vijftig meter hoog en vijfhonderd jaar oud. Wandelen door dit bos, met de schaduwen van die enorme stammen om je heen, voelt als een stap terug in de tijd.

Vanaf de col kun je wandelen naar de Cascade des Anglais, een reeks watervallen met natuurlijke bassins. De naam verraadt het: het waren Engelse toeristen die deze plek in de negentiende eeuw populair maakten. Het pad is niet lastig -- reken op veertig minuten enkele reis -- en de beloning is een zwemplek tussen gladgeslepen rotsen met uitzicht op het bos boven je.

Het kleine station van Vizzavona ligt aan de spoorlijn Ajaccio-Bastia. De trein stopt hier midden in het bos, en het is een van de weinige plekken ter wereld waar je uit een trein stapt en direct in de wildernis staat. Neem de trein vanuit Corte of Ajaccio, wandel de hele dag en pak de trein terug -- logistiek simpel en toch een avontuur.

Tip De spoorlijn door centraal Corsica is op zich al een belevenis. De route Ajaccio-Corte via Vizzavona duurt ruim twee uur en voert over spectaculaire viaducten en door tunnels. Koop een kaartje enkele reis en laat iemand je aan de andere kant ophalen, of maak er een retourrit van.

Kastanjecultuur

In de dorpen rondom het centrum -- met name in de Castagniccia, het kastanjegebied ten oosten van Corte -- draait het leven al eeuwen om de kastanje. De bomen zijn overal: langs de wegen, op de hellingen, in verwilderde boomgaarden. Kastanjemeel was eeuwenlang het basisvoedsel van het Corsicaanse binnenland. Vandaag vind je het terug in brood, koeken, bier en zelfs polenta.

De Castagniccia zelf is een gebied van smalle, bochtige wegen, verlaten dorpen en een weemoedige schoonheid. Het is niet spectaculair op de manier van Scandola of Bavella, maar het heeft een sfeer die je nergens anders vindt. Halverwege een D-weg die nergens heen lijkt te gaan, kom je een dorp tegen met vijf huizen, een kerk en een kastanjeboom die ouder is dan alles eromheen. Dat soort momenten.

Morosaglia, de geboorteplaats van Pasquale Paoli, ligt in dit gebied. Het museum ter ere van hem is bescheiden maar informatief. Voor wie de Corsicaanse geschiedenis wil begrijpen, is het een waardevolle stop.

De bergpassen

Centraal Corsica is het land van de cols. De Col de Verghio (1.477 m) verbindt het binnenland met Porto aan de westkust en is de hoogste verharde bergpas van het eiland. De weg ernaartoe is spectaculair, met uitzichten over de Scala di Santa Regina -- een smalle kloof waar de weg zich langs rotswanden van rood graniet slingert. Rij hier niet te snel; niet alleen vanwege de bochten, maar omdat je anders het beste mist.

De Col de Bavella ligt zuidelijker en hoort strikt genomen bij de Alta Rocca, maar de mentaliteit is dezelfde: hoge bergen, steile naalden en een gevoel van ruimte dat je aan de kust niet vindt. De route van Corte naar Bavella via Ghisoni is een van de mooiste dagtochten die je op het eiland kunt maken.

Voor wie is centraal Corsica?

Dit deel van het eiland trekt een ander publiek dan de kust. Hier komen de wandelaars, de natuurliefhebbers en de mensen die Corsica willen ervaren zonder parasol en strandbar. De accommodatie is eenvoudiger -- denk aan gites, kleine berghotels en campings bij riviertjes -- maar de ervaring is intenser.

Het is ook het Corsica waar je het meest het gevoel hebt van een eiland met een eigen identiteit. In de kustplaatsen voelt Corsica soms als een verlengstuk van de Cote d'Azur. In het binnenland is dat ondenkbaar. Hier spreken oudere mensen nog Corsicaans onderling, hangen wilde zwijnen rond bij de vuilcontainers en begint de dag met het geluid van koeienbelletjes in de mist.

Centraal Corsica is niet het makkelijkste deel van het eiland. De wegen zijn smal en bochtig, de voorzieningen beperkt en de afstanden in tijd groter dan je op de kaart zou denken. Maar het is wel het eerlijkste. En vaak het mooiste.