
Porto is niet meer dan een handjevol huizen rond een riviertje en een Genuese toren, maar het is de toegangspoort tot het meest spectaculaire stuk kust van Corsica. Van hieruit verken je de Calanques de Piana, het natuurreservaat Scandola en het onbereikbare dorpje Girolata — drie plekken die samen UNESCO-Werelderfgoed vormen.
Porto en de Calanques: rode rotsen en turquoise water
Porto zelf is klein en overzichtelijk. Het dorp bestaat eigenlijk uit twee delen: het bovendorp langs de hoofdweg, met supermarkten en een paar restaurants, en de marina beneden bij de riviermond. Daartussenin staat de Tour Genoise, een zestiende-eeuwse wachttoren die je voor een paar euro kunt beklimmen. Het uitzicht over de golf is de klim waard, vooral rond zonsondergang als de kliffen roodoranje kleuren.
Als uitvalsbasis is Porto praktisch maar basaal. Er zijn hotels, campings en een handvol gites, maar verwacht geen grote keuze aan restaurants of winkels. Het dorp leeft van het toerisme rond de Calanques en Scandola, en dat merk je: overdag is het druk bij de aanlegsteiger, 's avonds is het stil. Wie meer levendigheid zoekt, kan beter in Cargese of Ajaccio overnachten en Porto als dagtocht bezoeken.
Tip Boek een boottocht naar Scandola en Girolata vroeg in de ochtend. De zee is dan meestal kalmer, het licht is zachter, en je bent voor de drukte terug. Reserveer in het hoogseizoen een dag van tevoren — boten zitten snel vol.
Scandola per boot
Het Natuurreservaat van Scandola is een van de weinige plekken in de Middellandse Zee met een dubbele beschermde status: UNESCO-Werelderfgoed en Frans natuurreservaat. Je kunt er niet wandelen of zwemmen — het hele gebied is strikt beschermd. Maar vanaf het water is het overweldigend.
De boottocht vanuit Porto duurt meestal twee tot drie uur voor het korte traject, of een halve dag als je ook Girolata aandoet. Je vaart langs kliffen van rode porfier die honderden meters hoog uit het water rijzen, doorboord met grotten en zeebogen. De kleuren zijn bijna onwerkelijk: dieprood gesteente, donkergroen maquis erboven, en het water eronder zo helder dat je de bodem op tien meter diepte ziet.
Tijdens de vaart wijs je gids op visarenden die boven de rotswanden cirkelen, en als je geluk hebt zie je zeehonden in de inhammen. De boten mogen niet te dicht bij de kust komen, maar zelfs op afstand is de schaal indrukwekkend.
Girolata is een bijzondere tussenstop. Dit dorpje van een handvol huizen en een Genuese fort is alleen bereikbaar per boot of via een wandeling van anderhalf uur over het Tra Mare e Monti-pad vanuit de Col de la Croix. Er is geen weg. Een paar restaurants serveren verse vis aan het water, en het gevoel van afzondering is compleet. Het is een van die plekken waar je je even afvraagt of je nog in Europa bent.
De Calanques de Piana
De Calanques de Piana liggen zo'n twintig minuten rijden ten zuiden van Porto en zijn een compleet ander soort spectakel. Waar Scandola ontoegankelijk en wild is, kun je door de Calanques gewoon met de auto rijden — de D81 slingert er dwars doorheen.
En wat een weg. De rode granieten rotsformaties zijn door miljoenen jaren erosie gevormd tot vormen die je fantasie prikkelen: torens, paddenstoelen, dierenkoppen, een hart. De rotsen staan dicht op de weg, soms lijkt het alsof je door een canyon rijdt. Het effect is het sterkst in het late middaglicht, wanneer de zon laag staat en de rode tinten het meest intens zijn.
Er zijn meerdere parkeerplaatsen langs de route waar je kunt stoppen. Vanuit de parkeerplaats bij de Tete du Chien (de hondenkop — je ziet 'm meteen) vertrekken korte wandelpaden tussen de rotsen. Een populaire lus van ongeveer een uur brengt je door een landschap dat voelt als een buitenaards decor. Draag stevige schoenen; het pad is rotsig en soms steil.
Tip Wie het rustig wil, gaat vroeg in de ochtend of laat in de middag. Tussen elf en drie uur zijn de parkeerplaatsen in het hoogseizoen overvol, en het rijden wordt lastig door tegenliggers op de smalle weg. Buiten die uren heb je de rotsen bijna voor jezelf.
Zwemmen: Plage de Ficajola
Onder de Calanques ligt een van de mooiste zwemplekken van de westkust: Plage de Ficajola. Het is een kleine kiezelbaai ingeklemd tussen hoge rode rotswanden, met helder water dat geleidelijk dieper wordt. Je bereikt het strand via een steil pad van ongeveer twintig minuten afdalen. De klim terug omhoog is stevig, maar het zwemmen in die setting maakt alles goed.
Er zijn geen voorzieningen bij het strand — geen bar, geen douche, geen ligstoelen. Neem water en een handdoek mee. De parkeerplaats bovenaan is klein en in de zomer snel vol, dus opnieuw: vroeg komen loont.
Een alternatief is het strand bij Plage de Bussaglia, ten noorden van Porto. Dit is een breder zandstrand met een paar restaurants en meer ruimte, maar minder spectaculair qua omgeving.
Gorges de Spelunca
Wie behoefte heeft aan een wandeling landinwaarts, vindt in de Gorges de Spelunca een mooie route. Deze kloof ligt ten oosten van Porto en verbindt de dorpjes Ota en Evisa via een oud muilezelpad. De wandeling is ongeveer twee uur enkele reis en voert langs Genuese bruggen, diep uitgesleten rotspoelen en dicht bos. Het is een welkome afwisseling na een paar dagen kust.
Bij de Genuese brug halverwege kun je in het rivierwater zwemmen — het is ijskoud maar verfrissend, en de setting met de oude brug erboven is prachtig. Neem zwemkleding mee als je van plan bent de wandeling te doen.
Tip Begin de wandeling in Evisa en eindig in Ota. Het pad loopt dan overwegend bergaf, wat een stuk aangenamer is. Laat je auto in Ota staan en neem een taxi naar Evisa, of rij met twee auto's.
Porto en omgeving vragen om minstens twee volle dagen. Eén dag voor de boottocht naar Scandola en Girolata, en één dag voor de Calanques, Ficajola en eventueel de kloof. Wie meer tijd heeft, kan het tempo laten zakken en gewoon een middag bij de toren zitten, kijken hoe de kliffen van kleur veranderen terwijl de zon daalt. Want dat is eigenlijk het beste wat je hier kunt doen: niks, en kijken.