
Bonifacio is een stad die je niet snel vergeet. Gebouwd op de rand van witte kalksteenkliffen, met een middeleeuwse bovenkant en een levendige haven eronder, is het misschien wel de meest spectaculaire plek van heel Corsica. En dat zegt wat op een eiland dat niet aan indrukwekkende plekken te kort komt.
Bonifacio: op de rand van het eiland
De eerste keer dat je Bonifacio nadert, maakt het indruk. Vanuit het zuiden rijd je door een droog, bijna kaal landschap van lage maquis en windgebogen bomen. Dan opent de weg zich en zie je de stad: een strook middeleeuwse huizen die over de rand van een klif lijken te leunen, tientallen meters boven een smalle zeestraat. Rechts glinstert de Middellandse Zee, links een beschutte haven vol boten. Het voelt onwerkelijk.
De stad bestaat uit twee delen die je als bezoeker allebei wilt zien. Beneden ligt de haven, de Marine, met restaurants, ijssalons, duikscholen en bootverhuurders. Het is er levendig en soms druk, maar de sfeer is relaxed. Boven op de klif ligt de haute ville, de oude stad, ommuurd en compact. Daartussenin loopt de Montée du Rastello, een steile trap die ook met de auto bereikbaar is, of je kunt de kleine toeristentreintjes nemen.
Tip Loop de trap omhoog in plaats van de auto te nemen. Het is steil maar kort, en halverwege heb je al uitzicht over de haven en de zee. Bovendien is parkeren in de haute ville beperkt en duur in het seizoen.
De oude stad bovenop is een wirwar van smalle steegjes, trapjes en hoge huizen die dicht op elkaar staan. Het voelt Italiaans, wat logisch is: Bonifacio heeft eeuwenlang onder Genuese invloed gestaan en de lokale taal lijkt meer op het Ligurisch dan op het Frans. Loop door de Rue des Deux Empereurs, waar zowel Napoleon als Karel V ooit verbleven, en kom uit bij de Église Sainte-Marie-Majeure, een romaanse kerk uit de 12e eeuw met een loggia waar vroeger de stadsraad vergaderde.
Het absolute hoogtepunt is het uitzicht vanaf de kliffen aan de zuidkant. Via een pad langs de rand bereik je de Escalier du Roi d'Aragon, een trap van 187 treden die schuin in de rotswand is uitgehakt. Volgens de legende lieten de Aragonese belegeraars deze trap in een enkele nacht uithouwen, maar dat klinkt zelfs voor de meest gemotiveerde steenhouwer onwaarschijnlijk. Wat wel klopt: de trap is spectaculair. Je daalt af langs een steile rotswand met aan je voeten de zee. De toegang kost een paar euro en het is het meer dan waard.
Tip De Escalier du Roi d'Aragon is alleen open van april tot oktober. Ga bij voorkeur 's ochtends vroeg, voor de hitte en de drukte. Draag stevige schoenen, want de treden zijn ongelijk en soms glad.
Vanaf de haven vertrekken boten naar de Bouches de Bonifacio, de straat tussen Corsica en Sardinië. De standaardtocht duurt ongeveer een uur en vaart langs de kliffen, waardoor je de bovenkant van de stad vanuit het water ziet. Je passeert grotten, natuurlijke bogen en de beroemde Grain de Sable, een vrijstaande rotsformatie die als een enorme kei in zee lijkt te staan. Langer durende tochten gaan naar de Lavezzi-eilanden, een beschermd natuurreservaat halverwege Sardinië. Het water daar is kristalhelder en de rotsen lijken op een maanlandschap. In het hoogseizoen liggen er behoorlijk wat boten, maar het is nog steeds prachtig.
Een plek die de meeste toeristen overslaan is het Cimetière Marin, het zeemanskerkhof boven op de kliffen ten westen van de oude stad. Hier staan witte grafmonumenten en mausolea verspreid over een plateau met uitzicht op zee. Het is een stille, indrukwekkende plek die contrasteert met de drukte in de haven beneden.
Qua praktische zaken: parkeren in Bonifacio is een uitdaging in het hoogseizoen. De parkeerplaatsen bij de haven zijn betaald en snel vol. Er zijn grotere parkeerterreinen aan de rand van de stad, vanwaar je kunt lopen of een shuttlebus nemen. Het is verstandig om vroeg te komen of juist aan het einde van de middag, wanneer de dagtoeristen vertrekken.
Tip Blijf tot na zonsondergang. De meeste bezoekers vertrekken rond 18 uur, en daarna wordt Bonifacio een stuk rustiger. Dineer in de haute ville bij een van de kleinere restaurants in de steegjes. Het eten is er vaak beter en goedkoper dan aan de haven.
Eten in Bonifacio is over het algemeen goed maar niet goedkoop. De havenrestaurants rekenen toeristenprijzen, vooral voor vis. In de haute ville vind je meer lokale adresjes. Probeer de aubergines à la bonifacienne, een lokaal gerecht met gevulde aubergines, of bestel gewoon een bord charcuterie met Corsicaanse worst en kaas bij een glas Figari-wijn uit de streek.
Bonifacio voelt anders dan de rest van Corsica. Het is meer mondain, meer Italiaans, meer gericht op het water. Het is ook zonder twijfel toeristisch, maar de setting is zo uniek dat het er niet toe doet. Er is simpelweg geen andere plek op het eiland, of in het hele westelijke Middellandse Zeegebied, die er op lijkt.